In opdracht van het Platform Bèta Techniek/Programma VTB heeft het Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI) de Beagle Special ontwikkeld. Een praktisch lespakket over natuur, wetenschap en techniek voor de groepen 6, 7 & 8. Dit schooljaar zijn de eerste scholen ermee aan de slag gegaan. VTB mocht een kijkje nemen.
Direct bij binnenkomst loop ik in de gang van de school tegen een groeitentoonstelling aan: deze expositie staat geheel in het teken van het Darwinjaar. Er is informatie te vinden over Charles Darwin, zijn evolutietheorie én over de reis die hij gemaakt heeft met het zeilschip De Beagle. In een klaslokaal hangt de stamboom van Charles Darwin en midden op het schoolbord staat geschreven: “The survival of the fittest”. Ik ben op de Montessorischool in Castricum, waar ik van harte welkom ben om een les te volgen die gegeven wordt aan de hand van het Beagle-lespakket. Vandaag is dat “de slakkenles”, een wetenschappelijk experiment over de evolutie van de tuinslak.
De les start en juf Conny legt uit wat de bedoeling is: kijk goed naar de slakken! Ziet iedere slak er hetzelfde uit, wat zijn de verschillen, waarom zou dit zo zijn? Hoe ademen slakken? Waar zit de mond van een slak? Een klaslokaal verderop legt ook juf Liesbeth uit wat de bedoeling is, zodat ook haar leerlingen de slakken aan een grondig onderzoek kunnen onderwerpen. De juffen hebben al aquaria met slakken klaargezet, maar een aantal meiden en jongens mag de schooltuin in om op zoek te gaan naar nog meer slakken. Onmiddellijk gaan zij naar buiten om daar ijverig aan de slag te gaan. Stenen, balken en bladeren worden enthousiast opgetild om er maar zoveel mogelijk te vinden.
Juf Conny heeft hen wél nog een opdracht meegegeven. Zodra er slakken worden gevonden, is het de bedoeling dat zij opschrijven wat de vindplek was. Op wat voor een soort en welke kleur ondergrond zat de slak? En ook: welke kleur heeft de slak, heeft het slakkenhuis wel of geen strepen? Heeft de slak eigenlijk wel een huisje? En wat zijn de verschillen tussen de gevonden slakken onderling?
Weer binnen valt het mij op dat een jongetje heel serieus en druk bezig is met zijn onderzoek. Aandachtig bekijkt hij zijn slak en bij ieder vraagstuk probeert hij het hoe en waarom te beantwoorden. Na een en ander zelf bedacht te hebben, duikt hij achter de computer om nog meer duidelijkheid te krijgen. Tegen de tijd dat er geroepen wordt dat de tijd er echt op zit, zijn de jonge onderzoekers nog druk in de weer. “Dat is ook supersnel!”, wordt er teleurgesteld geroepen. Gelukkig blijven de slakken en het onderzoeksmateriaal nog een week in het klaslokaal staan. Op deze manier blijven de leerlingen nieuwsgierig. En aan de hand van wat zij vandaag geleerd hebben, kunnen zij de slakken verder bestuderen. Zo blijven zij ontdekkingen doen, en zullen zij onderling nog heel wat te bespreken hebben.

|