NRC Handelsblad.
datum: 30-09-2006 | sectie: Onderwijs | pagina: 48
Marlies Hagers
Amerikaanse onderzoekers: montessorionderwijs werkt
Montessorionderwijs werkt, maar stelt zware eisen aan de leerkrachten.
Montessorionderwijs is goed voor kinderen. Ze leren er niet alleen alles wat ze moeten kunnen en weten voor een succesvolle carrière in het vervolgonderwijs, ze blijken er ook stevige en sociale persoonlijkheden van te worden. Steviger en socialer dan kinderen die op traditionele scholen hebben gezeten. Dat concluderen twee Amerikaanse psychologen deze week in het tijdschrift Science.
De psychologen onderzochten 59 kinderen op een montessorischool in Milwaukee, Wisconsin - speciaal uitgekozen vanwege de uitstekende implementatie van de principes van het montessorionderwijs. De onderzoekers definiëren die zo: meerdere jaargroepen in een klas, eigen educatief materiaal, blokuren waarin kinderen zelf kiezen waaraan ze werken, veel samenwerking, geen overgangstoetsing, en instructie aan kleine groepjes of aan individuele kinderen.
De psychologen onderzochten de vorderingen van de kinderen op twee momenten in hun schoolcarrière, met 5 jaar en met 12 jaar. Op dezelfde manier onderzochten ze ook een controlegroep van 53 kinderen op andere scholen: allemaal kinderen die voor de montessorischool waren opgegeven, maar die door het lotingsysteem dat de school hanteert bij te veel aanmeldingen, buiten de boot waren gevallen. Een handige manier om twee qua achtergrond vergelijkbare groepen te krijgen.
De montessorikinderen scoorden met 5 jaar op alle fronten significant beter dan de controlegroep. Deze kleuters waren verder gevorderd in het voorbereidend lezen en rekenen en ze waren zelfstandiger en socialer in hun gedrag. De 12-jarigen scoorden op de leervakken niet beter of minder dan de controlegroep. Zij lieten wel een grotere creativiteit zien bij het schrijven van verhalen en bedenken van oplossingen voor problemen. En verder gedroegen ze zich op een prettige manier assertiever en gaven blijk van een sterker gevoel voor rechtvaardigheid, saamhorigheid en respect voor medeleerlingen.
Moeten alle kinderen, ook in Nederland, dus naar de montessorischool?
Ja, zegt Bas Moll, directeur van de zesde montessorischool in Amsterdam. In tegenstelling tot wat vaak wordt gezegd, is montessorionderwijs voor elk kind geschikt. Maar het doet wel een groter beroep op de leerkracht, zegt hij. Montessorionderwijs geeft het kind veel vrijheid, als leerkracht moet je dus voortdurend weten wat het nodig heeft. Als een kind nog niet per week kan plannen dan laat je hem dat per dag doen, of zelfs per uur. Daar ben je steeds met dat kind over in gesprek, met elk kind in je klas. Je hebt ook niet de steun van de boekjes, want je gaat nooit uit van het gemiddelde kind. Hoewel er montessorischolen zijn die het standaard toetsen vloeken in de kerk noemen, heeft Moll er geen problemen mee. Ik richt me op de mikpunten van het traditionele onderwijs, zoals kunnen lezen met Kerstmis. Als een kind achterblijft, weet je dat je moet uitzoeken waarom.
Bert van Oers, hoogleraar cultuurhistorische onderwijspedagogiek aan de VU, verklaart de goede uitkomsten ook vooral uit de kwaliteit van de leerkrachten op de onderzochte school. Aansluiten bij de behoeften van het kind, is de goede kant van montessorionderwijs, maar leerkrachten hebben vaak een te afwachtende houding. Dat hebben ze in Milwaukee weten om te bouwen naar veel stimulerende en betekenisvolle activiteiten. Scholen die daarin slagen - montessori of niet - bereiken zulke resultaten. Van Oers is gecharmeerd van de manier waarop de onderzoekers de controlegroep hebben gevormd. Maar wat er precies op die andere scholen gebeurt, blijft wat vaag. Dat bemoeilijkt het veralgemeniseren.
Mw. S.M. Goorhuis-Brouwer, hoogleraar orthopedagogiek in Groningen, voelt zich door de uitkomsten van het onderzoek gesterkt in haar mening dat in Nederland de vroeg- en voorschoolse educatie anders moet. Wat ze in Milwaukee doen is uitdagen met ontwikkelingsgerichte materialen waardoor die kinderen zich sterker voelen worden, zegt zij. Dat is precies wat je moet doen met 3 tot 6-jarigen. Niet die cognitieve dingen aanleren, maar ze sociaal-emotioneel sterker maken. Dat leren komt daarna wel, makkelijker juist. Dat betekent: kleine kleuterklassen en speciaal voor die leeftijdsgroep opgeleide leerkrachten. Dat is wat we nodig hebben.